Ariana Grande, great by name, greater by heart

Tot recent was de naam Ariana Grande mij volledig onbekend. Puur op basis van de exotisch aandoende naam zag ik haar figureren in de Latijns-Amerikaanse versie van “Thuis” (ik gok als Rosa). Niet al pannenkoeken bakkend in de Zus en Zo, maar cocktails shakend in een bikini aan een Colombiaans, hagelwit strand. Andere opties: de zus van een ritwinnaar uit de ronde van Spanje of de echtgenote van een corrupte Venezolaanse president. Maar als zangeres, de wereld veroverend met de “Dangerous Woman Tour”? Nope.

Jammer genoeg gaf de terroristische aanslag in Manchester van 22 mei haar tourneenaam een heel andere betekenis: ongevraagd figureert ze nu in een gruwelverhaal. Weg bikini, weg strand, weg onbezorgdheid. Ik kan me best voorstellen dat het voor de doorsnee Ariana Grande fan, de essentie van de zaak is. De vlot consumeerbare, catchy pop – ik vind dat hier ter plaatse uit, nog nooit één nummer gehoord, maar ik me niet voorstellen dat je met zo’n naam en zo’n outfits de grote levensvragen binnenstebuiten keert – neemt je even mee naar dat strand en die onbezorgdheid. En dat is perfect: meer moet het leven soms niet zijn. Het is misschien net dat opvallend contrast tussen de gelukzalige tiener, die in Manchester en op de kamer vol posters zinnen als All that you got, skin to skin, oh my God Don’t ya stop, boy (Ariana Grande, Dangerous Woman) uit volle borst meezingt en de dader van de aanslag die de naam van zijn God uit volle borst aanroept en misbruikt om te rechtvaardigen dat hun onbezorgdheid net zijn bezorgdheid is. In één klap generaties onbezorgdheid weggevaagd: het gaat niet alleen om de directe impact, maar ook de naweeën.

Als je Ariana Grande als zoekterm intypt op Google, krijg je volgende suggesties voorgeschoteld: Ariana Grande lengte en Ariana Grande Manchester zijn 1 en 2. Blijkbaar zijn er dus meer mensen die zich vragen stellen over de lengte van Ariana, dan over het optreden in Manchester waar de aanslag plaatshad! Wel grappig dat iemand met de achternaam “Grande” zoveel verwondering opwekt over haar lengte.  Of misschien vind alleen ik dat grappig…

Waarom zoek je überhaupt de lengte op? Is ze zo klein dat concertgangers haar nauwelijks zien? Zijn er echt mannen die willen checken of haar lengte past bij hun lengte, mocht er ooit een kans zijn dat het iets wordt… (en neen, ik bedoel lengte niet dubbelzinnig!). Mensen die willen weten hoe lang haar concert duurt? Blijkbaar heeft ze zelf ook door dat ze niet van de grootste is: 3/4 van de foto’s op internet heeft ze konijnen-, katten- of andere oren op haar hoofd staan. Kwestie van de boel wat te belazeren. Ergens getuigt dit wel van historisch inzicht: ook Lodewijk XIV (en heel wat tijdgenoten) zette een pruik op om zijn kleine gestalte en kaalheid te maskeren. En hij heeft het best ver geschopt.

Afbeeldingsresultaat voor ariana grande ear

Gaat Ariana het even ver schoppen? Manchester 22 mei heeft van haar tegen wil en dank nu al een historisch figuur gemaakt. Ze zal voor eeuwig “die van de aanslag in Manchester” blijven. Met het benefietconcert met vrienden – een mooie geste tout court – heeft ze haar best gedaan om de geschiedenis te herschrijven, maar ik vrees dat Pharrell Williams, Justin Bieber en Katy Perry historisch het onderspit moeten delven. Hoe dangerous ze in de toekomst ook mag worden. En zo krijgt Google, in tijden van Fake news en bad social media opeens een zeer waarheidsgetrouw karakter: Ariana Grande lengte + Ariana Grande Manchester = Ariana Grande die tot in lengte van dagen aan Manchester gelinkt zal worden. “Amazing”, zou Trump stellen.

Of je “Amazing” bent, beste Ariana? Daarvoor ken ik je (nog) niet goed genoeg. Ik wil ook beste eens een andere kant van je leren kennen. De laatste weken verscheen trouwens telkens dezelfde foto op vrijwel alle nieuwssites. Deze:

Welnu, als je ooit in België bent, kan je dan exact hetzelfde jurkje aantrekken en exact dezelfde juwelen? Best gecombineerd met die van pijn verkrampte blik, die een beetje het midden houdt tussen een ingehouden scheet en een nekhernia. Ik vrees dat ik je anders niet ga herkennen. Het repetitief zingen van All that you got, skin to skin, oh my God Don’t ya stop, boy zou ook kunnen helpen. Ik zal op je afstappen, bodyguards of niet, met de legendarische woorden: Ariana, not only Grande by name, but also by heart. Samen herschrijven we zo jouw geschiedenis en verdrijven we Ariana Grande lengte + Ariana Grande Manchester naar de achtergrond met Ariana Grande weird Belgian man who kept shouting history! Grande! Heart! .

Let’s make history! Yes we can!

Ps: ik ben 1,80m…

 

 

 

Over Kant en Stimorol

Afstand nemen van ons algoritmisch voorgekauwd buikgevoel. Even op adem komen in de neutrale zone. Maar die moet je wel durven (op)zoeken en niet zozeer je eigen mening in hand nemen, maar je mening in eigen hand nemen. “Sapere aude” (Durf wijs te zijn) was de slogan die Kant ten tijde van de Verlichting lanceerde. “Kritisch redeneren, onafhankelijk denken”. Niet enkel een recht, stelde hij, maar onze godverdomse plicht! 
Vandaag de dag is dat recht voor velen niets meer dan “ik heb recht op mijn mening” De hamvraag is overduidelijk of het wel om jouw mening gaat. Want zelfs dat gevoel in je buik is blijkbaar… Wat blijft dan? Inderdaad: de plicht. De plicht om dat algoritme in de “cojones” te trappen, meester worden van je eigen info en niet omgekeerd. 
Voorverpakte pakketten op maat zijn in: voedsel, kleding, … Geen probleem mee. Maar je info en bijgevolg mening? De consequenties zijn net een tikkeltje anders dan het verplicht verorberen van avocado met quinoa. Die info bepaalt in ruime mate of je voor partij A, B of C stemt en ongeacht waar partij A, B of C voor staan: je bent het jezelf verplicht om niet voor de voorverpakte versie te stemmen. Voorverpakte maaltijd A en Hipsterbroek B ruil je gewoon stante pede in voor C en D. Maar die partij, daar hang je in het slechtste geval vijf jaar aan vast. 
De jeugd van tegenwoordig – ik ben al zo oud om dit zonder schroom te kunnen neerpennen – heeft het niet altijd gemakkelijk om buiten de lijntjes van de eigen tijdlijn te kleuren. Vaak kennen ze alleen de voorverpakte versies. Misschien dat oude zakken als ik nog een extra plicht hebben: ze erop wijzen dat er ook echte, andere versies bestaan, ze even meenemen naar de neutrale zone, de andere “Kant” (die kon ik niet laten liggen)
Hoe dan ook is er hoop. Voor U, voor mij en voor Kant. Zoals de reclame van Stimorol op mijn tijdlijn: DARE TO OPEN YOUR MOUTH!!!
Maar laat er wel jouw eigen mening uitkomen…

Ps: De auteur distantieert zich van het feit dat zijn schrijfsel door één of ander obscuur algoritme louter en alleen uw (eigen?) mening bevestigt. Dit is louter toevallig, maar eigenlijk ook niet. Denk ik.

No more “careless whispers” (RIP George Michael 1963-2016)

De zomer van 1984 was niet echt memorabel: veel neerslag, onweders en slechts enkele warme zomerdagen.

In mijn herinnering – ik was toen elf – is die zomer toch erg tropisch. Op een morgen in augustus hoorde ik een botergeile sax solo uit de radio knallen, (tot dan bestond mijn leven vooral uit beginnende en bevreemdende sex solo) gevolgd door de openingszin

“I feel so unsure, as I take your hand and lead you to the dance floor” . 

Van zelfzekere botergeilheid naar onzekerheid troef: het nummer beschreef op enkele seconden alle emoties van mijn aanstormende, puberale achtbaanrit. 17 was George Michael toen hij dit nummer schreef. Lichamelijk dan toch. Geestelijk leek hij een 30’er met al heel wat levenservaring op de teller, die ons tekstueel en visueel meenam naar een aflevering van Miami Vice, vol schaarsgeklede beauties, flitsende zeilboten, hippe privévliegtuigen, een leven in hotels in witte badjassen, zonlicht temperende jaloezieën als decor voor schaduwseks en nat vrouwenhaar dat wild rondgeslingerd werd. Ay Caramba! Ironisch genoeg kwam de eerste aflevering van Miami Vice ook in september 1984 op de buis…

Als 11jarige kon ik echter alleen maar dromen van dergelijke scenario’s. Als 17jarige ook. En als 25jarige, 30jarige, 31jarige, 32jarige… Enfin, U snapt het al.

Unsure en Dance waren vanaf dag één incompatibel. Wellicht was Unsure er eerst en dan gaat Dance niet zo goed. En een You komt dan helemaal niet in beeld. Tenzij meisjes die je raar bekijken als je danst als “in beeld” kan beschouwen. Ze probeerden zo snel mogelijk uit beeld te raken.

Na de intro komt het refrein, schuldbekentenis deel 1.

I’m never gonna dance again
Guilty feet have got no rhythm
Though it’s easy to pretend
I know you’re not a fool
I should’ve known better than to cheat a friend
And waste a chance that I’ve been given
So I’m never gonna dance again
The way I danced with you

Ik droomde van zo’n schuldbekentenis (ik was nogal Woody Allen – melodramatisch ingesteld). Jammer genoeg waren er enkele voorwaarden om zo’n bekentenis te kunnen inzetten: een You die je friend is en geen fool. Die You moet je dan cheaten. Dus een chance wasten. Het enige dat al snor zat, waren de feet met no rhythm. Hier had George het even mis: om no rhythm te hebben, moeten je feet niet noodzakelijk Guilty zijn. Kijk naar mij en “Quod erat demonstrandum”

Het blijft hoe dan ook een geweldig zin Guilty feet have got no rhythm. De schuld en de alles verlammende boete. De “mythe van  Sisyphus”  anno jaren 8o. De cheaters, die hun hele leven ritmeloos op de dansvloer moeten vertoeven. Hun Guilty feet als moderne stigmata: gebrandmerkt voor het leven. No You’s for You…

De tweede strofe is universeler en pessimistischer: tijd heelt niet alle wonden.

Time can never mend
The careless whispers of a good friend
To the heart and mind
Ignorance is kind
There’s no comfort in the truth
Pain is all you’ll find

Ook niet de careless whispers; het onvoorzichtig gefluister. Het bedrog dat toch uitkomt. Gefluister onderdrukt de kracht van de stem, maar niet de impact van de woorden. De daden. Onwetendheid dan maar? De ignorance is bliss?  Om hart en geest te sparen?

Had ik maar… De pijn van de waarheid maakt het slikken soms erg moeilijk.

Fase 3: schuldbekentenis deel 2: het emotionele heen en weer geslinger, de woede, het zelfmedelijden, de ontkenning…

Tonight the music seems so loud
I wish that we could lose this crowd
Maybe it’s better this way
We’d hurt each other with the things we want to say
We could have been so good together
We could have lived this dance forever
But now who’s gonna dance with me
Please stay

Now that you’ve gone
Now that you’ve gone
Now that you’ve gone
Was what I did so wrong
So wrong that you had to leave me alone?

Het als als als… verhaal.

Levenswijsheid in 5 minuten. De meeste psychologen denken daar jaren over na, schrijven er dikke boeken over en rekenen 100€ per consultatie aan. En dat zonder botergeile sax solo, nat haar enz.

Merci George,  om gedurende bijna 40 jaar veel meer te zijn dan een wake me up before you go go. Een compagnon de route voor geest en lichaam.

RIP George Michael (1963-2016)

 

 

 

 

 

Het Wij-Zij gevoel

Wat we vandaag moeten bereiken, is de onwetendheid een stapje voor zijn. Aanslagen als die van 22 maart versterken die onwetendheid alleen maar. Vaak vertrekken we we al vanuit een stereotiepe, onvolledige of ronduit verkeerde redenering en hebben we weinig nodig om die redenering bevestigd te zien. De ” zie je wel”, “Ik wist het”, “Het zijn altijd dezelfde”, “Wij niet, maar zij wel” vliegen ons om de oren. Uitspraken die geen moeite kosten, maar zeer veel impact hebben. Ze kunnen verwoestend zijn voor individu, groep of samenleving.

Want wat zie je, weet je? Wie zijn dezelfde, wie de wij, wie de zij? Hebben we daar al eens grondig over nagedacht? Of tenminste de moeite gedaan om erover na te denken?

Kennis is macht en kennis in handen van enkelen creëert al te vaak onmacht. Kennis is essentieel. Is het dan noodzakelijk dat we generaties superstudenten met vette diploma’s afleveren. Misschien. In de eerste plaats moeten jongeren hun plaats vinden in de maatschappij en kritisch genoeg de wereld instappen om de “ik wist hets”, “de zie je wels” enz. het vuur aan de schenen te leggen. Superstudenten ja, maar superstudenten die voor openheid, dialoog en respect gaan en staan. De vette diploma is bijzaak.

Wij-Zij; is dat wel zo slecht? Het gaat er maar om hoe je dit invult. Een beetje zoals je religie of non-religie invult of zelfs aanvult. Eigenlijk is het misschien wij-zij, maar niet zoals we dit traditioneel ervaren. Het gaat niet om katholieken versus protestanten, moslims versus christenen, vrijzinnigen versus orthodoxen. Vandaag moeten WIJ allemaal tot het besef komen dat respect, verdraagzaamheid, openheid en dialoog in ELKE levensbeschouwing, religieus of niet, essentieel zijn.  Dit zijn WIJ. Degenen die voor terreur, onvrijheid enz. staan; dat zijn ZIJ.

De ondraaglijkheid van het recidief ovariumcarcinoom

Today is gonna be the day that they’re gonna throw it back to you. 

Oasis, Wonderwall.

Het nummer dat weerklonk uit het aan elk ziekenhuisbed bengelende, onwezenlijke, multifunctionele bel/radio/TV/lichtknopachtige ding, toen de dokter vertelde dat het kanker was. Dezelfde kanker als 30 jaar geleden. Een recidief ovariumcarcinoom, zei ze. Een waar mastermind; 30 jaar niets van je laten horen en dan plots toeslaan. Chapeau.

Gefeliciteerd, klootzak!

R-E-C-I-D-I-E-F. Dat begreep ze niet. Een groot deel van je leven probeer je alles te benoemen, onder woorden te brengen, maar op een dag ga je ten onder aan die woorden. Ze worden groter. Groter dan ziektes. En dan ben je meestal verloren.

Verloren waren wij ook een beetje, mijn broer en ik. Dat waren we eigenlijk altijd al. Maar als je opeens samen in een lift staat, op weg van verdieping 1 Neurologie, naar verdieping 5 Oncologie, dan valt het stil. De lift zoeft verder, maar zelf druk je de noodknop in. Het hoeft eventjes allemaal niet meer. En wij spelen maar een bijrol.

Verdieping 5 was een serieuze upgrade. In ziekenhuizen geldt het omgekeerd evenredig verband: als het leven daalt, stijgt het comfort. Geen woord zei ze. Ze wentelde zich in een foetushouding. Op zoek naar wat troost. Troost die wij haar niet konden bieden.

Alsof ze zoveel mogelijk afstand wilde creëren tussen haar begin en haar einde. Zich zo klein, onschuldig en onbetekenend mogelijk maken; hopend dat de dood haar niet opmerkte en voorbij wandelde. Of slechts een schouderklopje of knipoog gaf in de zin van: ik kom gewoon even dag zeggen. Nog nooit voelde ik zoveel kilte in een oververhitte ziekenhuiskamer.

Toen ik haar de volgende dag terugzag was de port-a-cath – nog zo’n groots woord – al geplaatst en de chemo’s besteld. We moesten alleen de leveringsbon nog tekenen. Ik maakte een min of meer verplichte afspraak met de oncologe om te bespreken wat de “opties” nu waren.

Een assistente begeleidde me naar een spreekkamer. “Neemt U plaats, de dokter komt zo bij U”. Ze laat me achter met koffie, folders over “leven en omgaan met kanker” en wat verjaarde tijdschriften waaronder “Feeling” en “Goed Gevoel”. I kid you not.

Ondanks haar gevorderde leeftijd – 76 –  was chemo een meer dan beredeneerde keuze. Zonder: 6 maanden. Met: 2 tot 5 jaar. Alsof ik in de frituur stond. “En voor U meneer?”. Een kanker met of zonder chemo? Met! En doe er nog 4 morfinepleisters en een serumke bij. We moesten haar zeker proberen te overtuigen voor het “met” verhaal, benadrukte de oncologe nog.

“Tja, wat moet, moet zeker”? Meer woorden maakte ze er niet aan vuil. Was het uit liefde voor het leven of angst voor de dood? Of onwetendheid, de “go with the flow” mentaliteit van haar generatie?

Zo gezegd, zo gedaan. De chemo’s kwamen en de rest moest wijken. Chemo’s zijn pure ironie; je pompt leven bij, maar kotst en schijt de ziel uit je lijf. Je dehumaniseert om te leven. Als buitenstaander word je net meer mens. Je doet dingen waarvan je dacht dat je ze nooit zou doen; je veegt, poetst, ververst en ledigt het lichaam van een ander. Oncologen zijn reductionologen. Ze lappen op wat nog leefbaar is. Niet meer, niet minder.

Toen de chemo’s stopten, kwamen de pillen: pillen om de gestage neergang van de tumormarkers te consolideren. Helemaal uit Amerika. Als draagster van het BRCA-1 gen, artiestennaam “Angelina Jolie Gen” , mocht mijn moeder deelnemen aan een veelbelovend testonderzoek. Recht op extra’s dank zij een beetje Angelina. Veel vrouwen zouden in de rij staan voor een beetje Angelina, behalve in dit geval: een vergiftigd geschenk. Letterlijk zou blijken.

De pillen deden hun werk prima. Het ovariumcarcinoom, het mastermind was even kleurenblind. Maar in al hun enthousiasme zorgden ze voor heel wat collateral damage: dagelijks hoofdpijn en misselijkheid, vermoeidheid en maandelijkse bloedarmoede, gevolgd door een tankbeurt in het ziekenhuis. Dosissen werden herbekeken, rustpauzes ingelast, maar de pillen wilden van geen wijken weten: it’s our way or the highway.

We gingen voor levenskwaliteit, maar kregen enkel leven. En dan wordt het tijd dat hun wegen scheiden: het leven en de kwaliteit. Vanuit de liefde kies je resoluut hartstocht, emotie, passie. Met de dood in het vizier moet je soms noodgedwongen voor het verstand gaan. De tijd loslaten. En dat doe je: vol hartstocht, emotie en passie…

 

 

 

 

 

 

De opvoedkundige draaglijkheid van AC/DC

Eind 2014 kondigde AC/DC het nieuwe album en de nieuwe tour aan: Rock or Bust! Het aftellen kon beginnen. Eerst zou de enorme klip van de online ticketverkoop nog met succes genomen moeten worden:17 januari 2015 vanaf 9u. Met een drietal andere oude rockers werden enkele werkvergaderingen ingelegd. Programmapunten: aankoopstrategie tickets (opstelling notebooks, tijdstip inlog, smartphonecommunicatie, inwerken en training assistenten…), vervoer, determinatie leeftijdgrens oplopend en aflopend (lagere school?, middelbaar?, rusthuis?…), kleding (short en sandalen nog acceptabel?, originele haarkleur of niet, petten /potskes / hoeden / hipster / old school ). Na enkele verhitte discussies kwam er een compromis uit de bus: rocker H.S. zou het speerpunt van de ticketaanval worden, rockers T.I en M.S. zouden vanuit de tweede linie de doorbraak proberen te forceren, leeftijdsgrens werd minimum 8, kledingkeuze vrij, met risico op rake opmerkingen over te grote petten, witte sokken, te hippe kapsels enz.

Voor mijn oudste zoon, bijna 13, zou het zijn eerste concert ooit worden. Vorig jaar wilde ik hem meenemen naar Pukkelpop, maar de aanblik van de imposante site – waar we wekelijks passeerden – deed hem terugkrabbelen: hij zou nog een jaartje wachten. Nu was hij klaar voor Dessel en AC/DC. Hij twijfelde geen moment toen ik hem met vuistgebaar toepasselijk toebrulde: Are You Ready? Ok, misschien dat het voortdurend afspelen en zingen van AC/DC nummers thuis en in de auto gedurende 12 jaar hem een klein beetje in een bepaalde richting geduwd hebben, maar kom: elke vader heeft zijn beperkingen…

Als kleuter was hij duidelijk gefascineerd door de schreeuwstem van zanger Brian Johnson. “Die meneer moet toch pijn hebben?” Hij kon het niet echt plaatsen, maar zolang hij er geen nachtmerries van kreeg, zag ik geen reden om over te schakelen op het lichtvoetige werk à la Bon Jovi. Met de naam worstelde hij ook: terwijl de nummers gemakkelijker te herkennen zijn dan de basiskleuren, gaat de groepsnaam er moeilijker in. AC/DC noemde hij de eerste jaren “Die van die grote bel” (de intro van het nummer Hells Bells begint met klokkengelui voor de onwetenden). Voorlopig blijft hij vooral vasthouden aan de Brian Johnson – periode van AC/DC: iets meer gelikte riffs, meezingrefreintjes en veel, héééél veel nummers met het woord “Rock” in de titel (21 in het totale oeuvre) Jeugdige fun: gewoon meebrullen en als je het woord “Rock” af en toe laat vallen ben je al een kenner. De meer rauwe, donkere, bluesy rockperiode met Bon Scott als zanger leert hij wel op latere leeftijd appreciëren, als met het vorderen van de leeftijd ook de lasten (vrouwen, geld, werk…) wat toenemen, maar dan nog: Hell ain’t a bad place to be

6 juli 2015. Ik ben de tel kwijtgeraakt. De zoon heeft gedurende een week bijna dagelijks gevraagd “wanneer we juist vertrekken, hoe laat het begint, wie er nu nog allemaal meegaat, waar het ergens is, of ze dat, dat en dat gaan spelen, of hij zijn pet zou opzetten enz. Beetje zenuwen? Ik denk het wel.

Rond de middag verlaten we de jaarlijkse familievakantie voor een dag en een nacht om onze “vader-zoon-AC/DC-dag” te starten. In de auto: AC/DC op. Ik geef hem zijn oordopjes alvast en leg uit hoe hij ze moet inbrengen. “Moet dat echt ?”. Voor de onwetenden: als je bijna dertien bent, wil je “cool” overkomen en alles wat je ouders zeggen en onbekend is, is per definitie “uncool”. Probeer maar eens het principe van “stopkes in uw oren steken omdat ge anders gehoorschade kunt hebben en het U op latere leeftijd gaat beklagen dat ge het niet gedaan hebt” op een coole manier in te kleden voor een hormonale puber. Als die stopkes belachelijk zijn, blijft hij nog liever thuis, geloof me.

Dan maar de weg van de ondervinding: ik laat hem de dopjes insteken en zet vervolgens het volume van de autoradio op maximum. Ik laat hem even wennen en gebaar vervolgens om ze uit te nemen. Dit maal 10 roep ik nog. Zijn blik zegt genoeg: de boodschap is aangekomen. Gaandeweg de rit neemt zijn zelfvertrouwen ook weer toe en is hij duidelijk klaar voor Rocking all the way

Rond 16u30 staan we met ons ticket in de hand aan de ingang van het festivalpark te Dessel. Het terrein is enorm: helemaal aan het einde zie je een klein, gehoornd podium staan. Alsof het van lego is. De zelfzekerheid is ook weer wat kleiner geworden: de grijze rockers, vuige tatoeages, schrale pinten, sletterige oma’s en dronken deernen zijn allemaal een beetje te veel. Dan maar de aandacht afleiden naar de stand waar ze t-shirts verkopen. Zijn oog valt op een opvallend exemplaar met helrode tekst: In Rock We Trust Tussen de AC en de DC staat een kanon, verwijzend naar het nummer For those about to rock Hij wil het en trekt het ook onmiddellijk aan. Trots en zelfzeker genietend. (wel nog even fluisterend checken of het echt niet te groot is en of hij er niet belachelijk uitziet ;-).

IMG_8471[1]

De cirkel is rond, denk ik. Als 12 jarige wilde ik graag een t-shirt van AC/DC. De kans dat ik met mijn vader naar een rockconcert ging, was echter even groot als de kans dat u na het lezen van deze zin spontaan de sirtaki begint te dansen. Wat niet echt een kans was, maar een certitude, was het wekelijkse bezoek aan de zondagsmarkt in één of andere Limburgse stad. Boeiend, hoor ik U denken, maar toch keek ik er stiekem naar uit: het zou de enige mogelijkheid zijn om een AC/DC T-Shirt te bemachtigen. Eén van de kraampjes verkocht namelijk t-shirts: van Madonna tot Iron Maiden. Eigenlijk drukte de marktkramer ze ter plaatse: vers van de pers. In een map staken tientallen sjablonen waaruit je kon kiezen. Met een soort warmtepers drukte hij de print dan op je shirt. Zeer ambachtelijk, zoals je het op een markt verwacht. Ik ging resoluut voor een zwart t-shirt met een gigantisch gouden kanon en letters AC/DC en For those about to rock Mijn god wat was ik fier, net als mijn zoon: ik was eindelijk een rocker!

Toch is er een verschil: de kwaliteit. Mits rekening houdend met de wasvoorschriften zal mijn zoon nog jaren kunnen genieten van zijn shirt. Kwaliteit en techniek staan niet stil. Mijn shirt heeft het niet zo lang uitgezongen. Na een paar maanden was er al een letter afgevallen en stond er opeens: “For hose about to rock”. Toch bleef ik het dragen, zolang AC/DC maar leesbaar bleef. Pas jaren later snapte ik dat “hose” klinkt als “hoes”. Gelukkig dat “ghetto slang” niet bekend was in onze kleinburgerlijke katholieke dorpsparochie. Ik zou wellicht met shirt en al als satansgebroed op de brandstapel gegooid zijn.

Wachten. En nog eens wachten. Niet de favoriete bezigheid van de jeugd. Naast mijn zoon zijn er nog twee jongetjes van rond de acht jaar. Om de tijd te doden stel ik voor een spel te spelen: je zegt een dier en de volgende moet met de laatste letter een nieuw dier zeggen enz. Ok, zegt de jongste, maar kunnen we dat niet met nummers van AC/DC doen? Geweldig…

Naarmate de voorprogramma’s vorderen schuiven we wat dichter naar het podium. Onderweg wandelen we voorbij een groot videoscherm waar constant eighties en nineties hardrockclips worden afgespeeld: Van Halen, Def Leppard, Alice Cooper enz. Dat betekent ook: veel wriemelende halfblote madammen. De concertorganisatie heeft naast het scherm zelfs voor “levend materiaal” gezorgd. In een soort open prefab stripbar – zelfs dit ontsnapt niet aan het prefabprincipe – wentelen twee stoeipoezen zich al dansend rond een paal. Laten we stellen dat de zoon zijn pas hier wat vertraagde en zijn ogen meer dan de kost gaf. Live playboy! Daar moesten wij vroeger weken voor sparen en dan een plan uitdokteren om aan een boekske te geraken. Ik moest net niet zijn mond terug dicht doen…

Stipt om 21u45 begint de traditionele openingsanimatie. Dit keer een maanlanding waarbij astronauten op een meteoor met vlammende letters AC/DC stuiten. De meteoor schiet de ruimte in en scheert rakelings langs enkele showattributen – de opblaaspop van Whole lotta Rosie , de bel uit Hells Bells  en een satelliet waaruit de openingsriff van Back in Black galmt. Bij impact met de aarde: een ontploffing en het eerste nummer Rock or Bust.  Een blik naar de zoon zegt voldoende: de mond valt nu helemaal open van verbazing. AC/DC beats half naked dance chicks.

We zijn vertrokken voor een 2 uur durende rockshow waar de ene na de andere hit de revue passeert. De eerste nummers tast de zoon nog even af: eerder ingetogen schudden op de riffs, maar bij Thunderstruck zit hij al op de schouders van een struise, gespierde vriend, “rockhanden” ritmisch naar het  podium zwierend op de tonen van “THUNDER”, nananananananana….

IMG_8490[1]

Tegen 23u zet Angus For those about to rock in, het laatste nummer. De kanonnen verschijnen op het podium en als Brian “Fire” schreeuwt, zwieren de zoon en ik onze handen in de lucht en schreeuwen: “We salute You”. En of we do!

Jammer genoeg duurt het wachten op de parking langer dan het eigenlijke concert, maar ook hier genoeg afleiding – lees dronken mensen – om de tijd te doden. Om 3u30 liggen we in ons bed, voldaan.

De weken na het concert heeft de zoon tegen iedereen ronduit zitten vertellen hoe geweldig het wel niet was. Hij heeft er duidelijk van genoten, net als ik. Voor mij waren het eigenlijk twee shows: de band en de zoon.

Hij heeft mij ook al ontelbare keren bedankt dat hij mee mocht. Nu ik erover nadenk: zelfs toen hij een PS4 kreeg, heeft hij me niet zo uitvoerig bedankt. Er is nog hoop voor de jeugd: rockende knarren tussen 58 en 68 dwingen nog respect af.

And remember: Rock and roll ain’t noise pollution

De ondraaglijkheid van “Mr. B zingt voor senioren”

Geen rustig gekeuvel en koffie in de cafetaria van het woonzorgcentrum. De krulspelden hebben overuren gedraaid en grijze permanenten vieren hoogtij. We kwamen voor koffie, mijn moeder en ik, we krijgen “Mr. B  zingt voor senioren .Een gezellige namiddag met Mr. B”.

Uitverkocht. Overvol. Plopsaland voor senioren; geen buggy’s en kinderwagens, maar hordes rolstoelen en rollators staan in een hoekje gepropt. Het zijn de kinderen of kleinkinderen die nu een oogje in het zeil houden, met regelmaat vragend of oma of mama niet naar het toilet moeten of een koekje of drankje willen.

Mr. B heeft zich danig voorbereid. De tafels, gevuld met laptops, luidsprekers en kaften, staan strategisch in een U-vorm.  Die hard fans krijgen geen kans. Als jonge rockgod had hij wellicht security nodig, maar de groupies van weleer raken vandaag geen tafeltje meer over zonder hulp of fractuur. Een verscheurende keuze: hart of botten breken. Een blik op het slagveld der senioren verraadt diversiteit: bij sommigen swingt het hart nog, bij anderen enkel het lijf. Dat is gewoon zo. Dat is geen keuze.

Vlak naast het podium van Mr. B is de VIP-ruimte: één stoel. De dame die erop zit, houdt de zaal nauwlettend in de gaten. Ze heeft net dat ietsje meer dan de rest: ietsje meer vrouw of vriendin van, ietsje meer fond de teint, ietsje meer corrigerend ondergoed. Een vrouw van de buitenwereld. Een vrouw van “beyond the wall”.

Mr. B laat ondertussen de gezelligheid beginnen en voor ik het goed en wel besef ben ik in een lucht vol hemelsblauw my way uit een vliegmachien gesprongen met zeven anjers en zeven rozen. Ik sta achter de rolstoel van moeder. Meestal zwijgt ze, maar soms hoor ik ze toch stilletjes meezingen. Haar haar heeft ze verloren aan de chemo, maar verder is die blijkbaar nog niet geraakt. De eenvoudige rijmschema’s van jeugdhelden Will en Eddy kan ze nog netjes aan elkaar breien.

Het haar van Mr. B is ook niet meer wat het geweest is. Eigenlijk is het er helemaal niet meer. Zijn witte hemd met lederen ondervest vormt de nieuwe eyecatcher. Je herkent onmiddellijk de hand van Madame fond de teint. Haar fiere glimlach is nog net zichtbaar onder haar gezalfd gelaat. Soms merk je dat ze zich volledig wil laten gaan, net als haar B, die elk nummer begeleidt met een arsenaal aan gebaren. U mag drie keer raden hoe hij “ik hou van jou” of “ik denk aan jou” uitbeeldt. Inderdaad: vinger, lichaamsdeel, slachtoffer. Gelukkig zingt hij “I wanna sex you up” van Color me Badd niet. God weet wat hij dan de zaal in had geschoten.

De gebaren worden ook gekopieerd door het publiek. De coördinatie laat bij het gros echter te wensen over: vaak scheelt het een fractie of iemand verliest een oog of gebit door de breed uitzwaaiende arm van een buurvrouw. Een knokpartij kan je hier best vermijden: broze botten en geen security. Alhoewel: door de dementie valt het allemaal best mee. Zelfs al deel je een (ongewilde) muilpeer uit: een minuut later weten dader en/of slachtoffer het toch niet meer.

Langzaam (hier een understatement) verlaten de senioren schuifelend hun stoel. Steunkousen worden strak getrokken en danspasjes ingezet. Sommige dames fleuren helemaal op, net zoals hun kleed. Om één of andere reden heeft blijkbaar iemand ooit beslist dat 90% van de kleding voor bejaarde dames bloemmotiefjes moet hebben. Ofwel is er ooit een massale overproductie van tafelkleedjes geweest en wist men geen blijf met het overschot. Maar ik bekijk het positief: zo triest als een woonzorgcentrum ook mag zijn, in dit cafetaria waan ik me ergens in de velden van de Provence.

Mr. B kondigt het voorlaatste nummer aan. Eén van de grijze duifjes achterin de zaal schiet in actie. Ze zet haar rollator in 2de versnelling en haast zich naar de U-tafels: ze wil duidelijk nog een nummer aanvragen. Haar rollator schokt en piept. Tegen dit tempo lijkt ze haar doel pas te bereiken als Mr. B al aan het inladen is. Maar ze houdt vol. Uiteindelijk raakt ze er. Mr. B buigt zich vragend naar haar toe. Stilte. Wellicht is ze door de lange rit vergeten wat ze eigenlijk kwam doen. Ze mompelt nog wat, maar Mr. B begrijpt haar niet. Zelfs Madame fond de teint brengt geen soelaas. Bovendien is er geen tijd meer. Verpleegsters staan klaar om het oude grut terug naar de kamers te brengen. Schema’s en planning zijn hier erg erg rigoureus: koffie en pampers moeten op tijd ververst worden, pillen gedraaid en soaps bekeken. Geen nood: mijn moeder heeft genoten. Haar stilte heeft het verklapt. Ik moet het zelfs niet vragen.

Terwijl ik haar rolstoel in beweging zet, passeert de grijze duif. “Welk nummer wou je nu graag horen, Maria” vraagt een personeelslid. “Verloren hart, verloren droom van Johnny White”, zegt ze.

Wat anders, denk ik…