De ondraaglijkheid van de zwemles, deel 2

Toen Daan een jaar of 5 was schreef ik hem in voor de wekelijkse zwemles van de Hasseltse sportdienst. Ik wilde er alles aan doen om hem niet in mijn zwemsporen te laten treden. De lijn niet-zwemmers binnen het geslacht Smeets zou samen met mij uitsterven.

Als professioneel mislukt-zwemmer je eerste zoon naar de zwemles brengen, is knap lastig. Door je eigen onkunde kan je niet inschatten of hij aanleg heeft, dus voor alle zekerheid koop je als verantwoordelijke vader elk opblaasbaar ding in de Fun en prop je het in zijn Piet Piraat zwemzak. Zinken is geen optie, desnoods zweeft hij boven het water. Extra motivatie: mocht je op weg naar de zwemles in het Albertkanaal belanden, de auto blijft zonder probleem drijven tot in Antwerpen . Schip ahoy, kameraadjes!

De zwemlessen gaan door in het Hasseltse zwembad, gebouwd begin jaren ’60. 20 jaar heb ik er geen voet meer binnen gezet. In de inkomhal houd ik even halt om tot het besef te komen dat de tijd hier is blijven stilstaan. Enkel de draaideur is vervangen door een automatische schuifdeur. De muffe chloorgeur, de overvloed aan schreeuwlelijke tegels en aquatische mozaïeken, de in mijn tijd al ouderwetse, maar nu vintage cafetaria; alles is nog exact hetzelfde.

Ik wandel met Daan de gang naar de kleedkamers in, zet hem op de lange, houten bank en doe zijn schoentjes uit, te midden van een hoop kwetterende mama’s en papa’s. Ik ontwaar uiteenlopende adviezen: motiverend: “je kan het, je gaat dat super doen”, demotiverend: “hopelijk kan je dit wel”, verstikkend: “als je niet flink bent dan…”, vegetarisch: “de andere kindjes niet bijten”, milieubewust: “geen pipi doen in het water”, ontkennend: “mama vindt het helemaal niet eng!!!!” (terwijl ze voor de dertigste keer aan de andere ouders vraagt om eens te voelen of de zwembandjes van haar dochter wel hard genoeg opgeblazen zijn) … Ik hou het vrij sober: Veel plezier. Het gaat leuk worden. Goed naar de meesters luisteren.

De eerste les mag je blootvoets meewandelen tot aan de rand van het zwembad en elke ouder probeert dan een babbeltje te slaan met de zwemmeester/juf. In speedtempo krijgt die dan kindernamen gaande van Tom tot Jason-Andrew of Emmeline-Marie, bereikte zwemniveaus, allergieën, enz. rond de oren geslagen. Er volgt sowieso een standaardantwoord of een variatie: “komt in orde”, “ik zorg ervoor” , “oh tof” . Reken maar dat ze amper gehoord hebben wat je verteld hebt. Is ook niet nodig: ze weten perfect waarmee ze bezig zijn. Geloof me: in één oogopslag zien ze hoe goed of slecht je kind kan zwemmen, wie extra aandacht nodig heeft enz. Ze kunnen ook perfect het dramaqueen of dramaking gehalte van de ouders inschatten…Sommige smeken nog of ze echt niet aan de kant mogen blijven staan, maar neen. Een onvermurwbare neen: regels, veiligheid, … De ouders schuifelen gedwee richting tribune.

De zwemles begint nu bijna echt, dus nog snel wat vaderlijk topadvies: “Als je papa zoekt: ik zit op de tribune, gewoon naar boven kijken en dan zwaai ik. Deal?” Een lachend knikje zegt van wel. Jammer genoeg adviseert elke ouder dit, dus als je kind naar boven kijkt, ziet het 80 breedlachende ouders die mekaar de loef proberen af te steken om zo maniakaal mogelijk wuivend de aandacht te trekken van hun zoon of dochter. Het heeft wat weg van een cursus Mexican Wave voor mensen met ernstige motorische problemen en zonder enig gevoel voor ritme en timing. Goed om je kind slapeloze horrornachten te bezorgen.

Als volwassen dertiger lijkt die tribune een stuk kleiner dan vroeger. Maar absoluut niet minder steil. Ik weet niet goed hoe ik dit moet zeggen, maar: “De tribune in het oud zwembad was BE-LA-CHE-LIJK STEIL!!! Met vrijwel geen beenruimte voor de bankjes. Je moest heel voorzichtig voet na voet schuifelen om plaats te kunnen nemen. Ofwel werd Hasselt in de jaren ’60 bevolkt door dwergen ofwel heeft M.C Escher de tribune ontworpen. Uit voorzichtigheid nam ik altijd bovenaan plaats en – u raadt het al – aan het uiteinde van de bank.

Daan had het zwemmen snel onder de knie. Geen angst of raar gedoe. Ook Tim, de tweede zoon was er snel mee weg. Meer nog: ze spelen ondertussen al jaren waterpolo. De lijn niet-zwemmers binnen het geslacht Smeets is dus niet enkel uitgestorven, er heeft een stevige upgrade plaatsgevonden van niet kunnen zwemmen naar zwemmen op competitieniveau. Zelfs mijn vrouw is nu waterpolospeelster.

En ik? Tja, ik zit nu als supporter te chambreren in de verzengende hitte op tribunes van zwembaden te Hasselt, Merksem, Oostende, Waregem, Roeselare, Seraing enz. Als er al een tribune is. Vaak zit ik gewoon blootvoets naast het zwembad, broekspijpen nog opgerold van door het voetbad te stappen. Alsof ik ga zwemmen… Toch ook best knap, niet?

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s